Veenpluis
| Veenpluis | ||||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
| Soort | ||||||||||||||||||
| Eriophorum angustifolium Honck. (1782) | ||||||||||||||||||
| Afbeeldingen op | ||||||||||||||||||
| Veenpluis op | ||||||||||||||||||
| ||||||||||||||||||
Veenpluis (Eriophorum angustifolium) is een plantensoort uit de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). Het vormt daar zoden met behulp van uitlopers. Opvallend is het lange, witte vruchtpluis, waaraan de naam ontleend is.

De bloempjes vormen aren, die van juni tot augustus in bloei staan. De bloemen zijn erg klein en vallen daarom niet op. Ze zijn tweeslachtig en in plaats van een kelk en kroon is er een krans van borstelharen (omgevormde schutblaadjes), die later uitgroeien tot lange witte haren. De bladeren zijn donkergroen. Geleidelijk worden ze bruin en tegen bloeitijd sterven de bladeren af. Als het bloeiseizoen is afgelopen tegen het eind van de zomer, ontstaan er nieuwe bladeren. De vrucht van veenpluis is een driehoekig nootje, dat omringd is door lange witte haren (de pluis).
Ecologie
[bewerken | brontekst bewerken]Veenpluis groeit op natte tot zeer vochtige, zure zand-, leem- en veengronden. Ze is te vinden op natte heide, in veenmosrietland, turfgaten en op bulten van levend hoogveen. Verder langs greppels en in spoorbermen, hoogveenslenken en bij vennen, op open plekken in berkenbroekbos, in duinvalleien en zandgroeven, op heischraal grasland en hooiland.
Biogeografie
[bewerken | brontekst bewerken]Veenpluis is plaatselijk vrij algemeen in Drenthe, de Kempen en de Ardennen. Elders in België en Nederland is de soort zeldzaam tot zeer zeldzaam.