Naar inhoud springen

baden

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Baden
  • ba·den
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
baden
baadde
gebaad
zwak -d volledig

baden [2]

  1. inergatief een bad nemen
    • Hij baadt in de Dode Zee ter behandeling van zijn huidaandoening. 
    ▸ Zouden Zij het weten, dacht hij, hoeveel miljoenen zo eenzaam als ik voor haar een antenne oprichten om haar een groet te zenden? Als alles haar bereikte, konden zij haar particuliere zwembaden met sperma vullen, om zich erin te baden als godinnen in de rook van offers.[3]
    ▸ Ik hoopte stiekem een beer te kunnen zien baden in de rivier, maar was ook wel tevreden met alle herten, eekhoorns, marmotten, vogels en de Amerikaanse adelaar.[4]
  2. (figuurlijk) op een aangename manier omgeven zijn door iets
    • Zij baadden in weelde. 
  3. overgankelijk in bad doen
    • Hij baadde de kinderen iedere avond voor het slapen gaan. 
vervoeging van
bidden

baden

  1. meervoud verleden tijd van bidden
    • Wij baden. 
    • Jullie baden. 
    • Zij baden. 
    ▸ Wij baden thuis altijd twee keer.[5]

de baden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bad
    ▸ Mannen dompelen de frames in baden die gevuld zijn met grondlak en afhardlak.[6]
    ▸ 'Kunt u het een beetje warmer maken, alstublieft? 'Koude baden maken deel uit van uw behandeling.[7]
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[8]
  1. ↑ baden op website: Etymologiebank.nl
  2. ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. ↑ “De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364
  4. ↑
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. ↑
    Lex Paleaux
    “Liften naar de hemel” (2026), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026374715
  6. ↑
    Maria Rijk
    “Eeuw in versnelling : hoe de fiets voor een maatschappelijke revolutie in Nederland zorgde” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026340420
  7. ↑ “Echo's aan het meer” (2026), Kokboekencentrum, ISBN 9789029740210
  8. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
  • ba·den
  • Afkomstig uit het Middelhoogduits en Oudhoogduits
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
baden
badete
(hat) gebadet
volledig

baden

  1. onovergankelijk baden
  2. onovergankelijk zwemmen
  3. overgankelijk baden
  4. overgankelijk, (figuurlijk) mislukken
  5. overgankelijk, (figuurlijk) moeten betalen, verantwoorden
  • [1]: in Schweiß baden
in het zweet baden
  • [2]: Baden verboten!
Zwemmen verboden!
  • [2]: nackt baden
naakt zwemmen
  • [4]: (übertragen) baden gehen
(figuurlijk) schipbreuk lijden

baden

  1. baden, wassen
  • ba·den
Naar frequentie 24932

baden

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van bad