Naar inhoud springen

maatstaf

Uit WikiWoordenboek
  • maat·staf
enkelvoud meervoud
naamwoord maatstaf maatstaven
verkleinwoord maatstafje maatstafjes

de maatstaf m

  1. eenheid, grootheid, standaardnorm of criterium waaraan iets anders (bijv. een andere grootheid) wordt afgemeten
    ▾ Waar de een vooruitgang in het verleden ziet, of hoogtepunten, of een samenhang waarvan succes de maatstaf is, ziet de ander hoe de ene na de andere catastrofe zich opstapelt.[2]
    ▾ Zo kijken epidemiologen behalve naar het reproductiegetal ook naar de maatstaf 'k' - in hoeverre mensen onderling verschillen in het aantal besmettingen dat ze veroorzaken.[3]
    • Wat is de maatstaf voor rijkdom in de Islam? 
    • Succes is een maatstaf voor geluk geworden. 
    • Voor nauwkeurige lengtemetingen wordt vaak gebruik gemaakt van een laser, waarbij de golflengte van licht als maatstaf dient. 
  • Naar/Volgens (de) hedendaagse/huidige maatstaven
97 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[4]
  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
  1. ↑ maatstaf op website: Etymologiebank.nl
  2. ↑
    Chiel van den Akker
    “Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310578
  3. ↑
    Sanne Blauw
    “Het best verkochte boek (met deze titel)” (2021), De Correspondent, ISBN 9789083078991
  4. ↑ Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be