sleutelkind
Uiterlijk
- Geluid: sleutelkind (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsløtəlˌkɪnt / (3 lettergrepen)
- sleu·tel·kind
- samenstelling van sleutel en kind
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | sleutelkind | sleutelkinderen |
| verkleinwoord | sleutelkindje | sleutelkindjes |
het sleutelkind o
- kind van ouders die overdag niet thuis zijn en een sleutel meekrijgt om na schooltijd zelf thuis binnen te kunnen komen
- Het woord sleutelkind staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sleutelkind" herkend door:
| 91 % | van de Nederlanders; |
| 85 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 91 %
- Prevalentie Vlaanderen 85 %