dinsdag 22 november 2011

In de speeltuin wordt gespeeld .... en hoe!

In de week dat Stanny in Nederland is, werkt Wim zich letterlijk en figuurlijk in het zweet om alle speeltoestellen een vrolijk kleurtje te geven. De opening hebben we uitgesteld tot maandag 14 november. Dan is Stanny weer terug en heeft Wim de tijd om alle zaken voor de opening voor te bereiden. Helaas zijn nog niet alle werkzaamheden, door het constructiebedrijf, aan de speeltuin uitgevoerd. Zo moeten er nog autobanden onder de wip worden geplaatst en steunen onder de evenwichtsbalkjes worden gemonteerd. Na een onderhoud tussen Wim en de constructeur blijkt, dat er een aantal medewerkers van hem niet zijn komen opdagen, dus blijft het werk liggen. Hij belooft dat, zodra ze er weer zijn, het werk meteen wordt uitgevoerd. Vóór de opening is het geregeld! Van het geld dat nog over is hebben we extra spelmateriaal gekocht. Het is voor de pupillen van Matoekoe belangrijk dat ze veel bewegen en geprikkeld worden tot samenwerken. Vandaar dat we ook de nodige spullen hebben gekocht op sportgebied. Bijvoorbeeld twee basketbal stellingen met basketballen, een tafelvoetbalspel, frisbees in verschillende afmetingen, ballen groot en klein en een paar skippyballen. Ook met de wensen van de begeleiders hebben we rekening gehouden en de nodige artikelen besteld. Al deze spullen worden de laatste week afgeleverd op Matoekoe. Wim heeft het zo geregeld, dat dit gebeurt op een tijdstip dat de pupillen en begeleiders aan het werk zijn in de leslokalen. Daardoor krijgt hij de gelegenheid de artikelen, voor de nieuwsgierige blikken geheim te houden en veilig op te bergen. En nieuwsgierig zijn ze. Vooral de kleintjes in het woonhuis vragen dagelijks, wanneer ze nu in de speeltuin mogen spelen. Met de leiding hebben we afgesproken dat ze daar nog niet gaan spelen, omdat we er nog aan het schilderen zijn. In het begin hebben ze dat namelijk wel een keer gedaan. De volgende ochtend heeft Wim toen een deel van de schilderwerkzaamheden opnieuw moeten doen, omdat de verf voor een groot deel nog niet droog was geweest. Donderdagavond de 10e komt Stanny weer terug. Ze heeft een extra koffer bij zich, met daarin een hele voorraad ballen waaronder echte leren voetballen en twee tafeltennissets. Dit alles is een extra nagekomen donatie. Ook heeft ze kinderspeelgoed, linnengoed en kinderkleren bij zich. Daar zullen ze in het woonhuis zeker blij mee zijn. De vrijdag gebruiken we om het laatste voor te bereiden voor de opening. Zo hebben we op aanwijzing van Ans, één van de begeleidsters van Matoekoe, contact gezocht met Bongo Charley. Een bekende Surinamer, die zelf percussie instrumenten maakt uit materiaal dat hij vindt in de natuur. Hij is bereid om naar Matoekoe te komen en een demonstratie te geven op zijn instrumenten. Daar tegenover staat dat wij een aantal van die instrumenten zullen kopen. Verder kopen we ballonnen, slingers, lampions en een groot lint. We zijn er klaar voor!! Maandagochtend zijn we vroeg op Matoekoe. Bij de dagopening, om acht uur, vertelt Thea tegen de pupillen dat het een feestelijke dag wordt, omdat de speeltuin geopend zal worden. De spanning is van de smoeltjes af te lezen. Na de eerste pauze, om half tien, mogen ze naar de grote zaal komen. Wij hebben nu de gelegenheid alles in gereedheid te brengen. Stanny versiert de speeltuin en brengt het lint aan voor de openingshandeling. Min, de begeleider van het kinderhuis, harkt de speeltuin aan, de dames van de administratie maken stroop (limonade) en zetten de koekjes klaar op schalen en Wim tovert de basketbalstellingen te voorschijn en plaatst ze op een open terrein, dat afgelopen week is vrijgemaakt van zijn wilde begroeiing. De medewerkers van het constructiebedrijf zijn blijkbaar met de Noorder zon vertrokken, want de autobanden en beugels zijn nog steeds niet geplaatst, maar dat mag vandaag de pret niet drukken. Intussen is Bongo Charley gearriveerd en stalt, op het podium in de grote zaal, zijn instrumenten uit. Tegen half tien zoeken de kinderen, begeleiders en stafleden in de zaal een plaatsje en als een ieder aanwezig is opent Wim het feest door Bongo Charley aan de kinderen voor te stellen. Charley maakt er een leuke demonstratie van. Eerst legt hij de werking van de verschillende instrumenten uit en vertelt waar ze van zijn gemaakt. Een bamboestok van een meter lang, op diverse plaatsen opengewerkt in de lengte, waarin om de paar centimeter wat flessendoppen, met een ijzerdraadje door en door zijn bevestigd. Als je de stok ritmisch beweegt, heb je een prachtig instrument. Zo gaat hij maar door. Ook demonstreert hij de rainstick. Een holle bamboestok, waarin hij pompoenpitten heeft gestopt. Als je de stok rechtop zet, klinkt het geruis van de regen. Hij geeft daarbij aan dat dit de regen kan oproepen. Een groot aantal kinderen mogen de instrumenten proberen en in groepjes verdeelt, tracht hij er groepsritme in te krijgen. Helaas .... iets te hoog gegrepen, maar een plezier dat ze hebben!! Tijdens zo´n groepssessie roept opeens één van de kinderen: "Kijk, het regent". En geloof het of niet. Het regent!! Zo vroeg in de ochtend hebben we dat nog niet meegemaakt. Dus toch die rainstick? Stanny heeft intussen op twee tafels, achter in de zaal, de tafeltennissets gemonteerd. Nadat Bongo Charley, na een daverend applaus, is bedankt voor zijn levendige demonstratie, vertelt Stanny dat het tafeltennisspel ook door de kleintjes gebruikt kan worden. Samen laten we zien, dat je met een softballetje heel leuk naar elkaar kan overspelen en stuiteren over het netje heen. Daarna is het tijd om de groters te laten basketballen. Enthousiast vliegt de ene na de andere bal, wel of niet door het net. Met moeite kunnen we er een eind aan maken, want het grote moment is aangebroken. Stanny heeft een grote strik in het lint bij de speeltuin gelegd en houdt een kleine toespraak. Daarin vertelt ze dat wij blij en gelukkig zijn dat we met deze mooie speeltuin letterlijk en figuurlijk meer kleur hebben kunnen geven aan hun bestaan. Zij nodigt twee pupillen uit om het lint open te trekken, maar nog voor het lint helemaal open is rennen de eerste kinderen er al onder door en stormen op de schommels en wip af. In een mum van tijd is het een drukte van belang. Alles wordt uitgeprobeerd en zelfs de begeleiders laten zich niet onbetuigd. Kinderen die nog nooit op een glijbaan hebben gezeten, roetsjen naar beneden, de wip is voor de grotere jongens een belevenis en de schommels zijn constant bezet. Zij gunnen zich nauwelijks tijd voor limonade en koek. Wat een feest!! Intussen reikt Stanny aan de begeleiders, de gekochte klassencadeaus uit. Ze springen een gat in de lucht: "Dat dit allemaal mogelijk is"! Sommigen zijn tot tranen toe geroerd. En dan de fiets voor Milly, ten behoeve van de dagopvang. Ze kijkt haar ogen uit als Wim opeens die fiets voor haar neerzet. Met fietstas, pomp en plakspullen. Meteen worden er rondjes op gereden. Tenslotte geeft Stanny aan tuinman Azaad een klein pakje. Dat kan nooit de brushcutter (grasmaaier met een draadje) zijn, die hij zo dringend nodig heeft. Nee, het is een blik mengsmering voor een brushcutter. Hij kijkt Stanny met grote vragende ogen aan. "Oh", zegt Stanny, "ga maar even met Wim mee, want er hoort nog iets bij". Wim neemt hem mee naar binnen en geeft
hem een splinter nieuwe bruschcutter in zijn handen. Hij is met stomheid geslagen, vliegt, met zijn grote lijf, Wim om zijn nek en geeft hem een stevige brasa (knuffel). Hij is zo blij als een kind en als hij buiten komt, moet iedereen zijn nieuwe aanwinst zien. Geweldig wat een dankbaarheid en vreugde! Thea dirigeert inmiddels iedereen de grote zaal in en vraagt ons naar voren te komen. Vele woorden van dank en dankbaarheid vallen ons ten deel, verschillende pupillen hebben tekeningen, schilderwerkjes en andere presentjes voor ons gemaakt, zelfs een eigen gemaakte kokosmat krijgen we mee. Opeens herinnert Wim zich, dat er achter het gordijn, nog het tafelvoetbalspel staat. In ons dankwoordje zeggen we dat we nog een verrassing hebben. Samen lopen we naar achter en komen met het voetbalspel terug. Met moeite kan Thea de kinderen weer op hun plaats terug krijgen, zo blij en enthousiast zijn ze. Voor ons een mooie gelegenheid om afscheid te nemen van de pupillen en hun begeleiders. Vele brasa´s volgen en menig traantje wordt weggepinkt. Ons werk zit er op! We kijken tevreden nog één keer naar de speeltuin, geven elkaar een kus en gaan weer onze eigen weg.
Thuis, in Paramaribo, hebben we nog een paar dagen om wat te ondernemen. Met Wim junior, één van de medebewoners, maken we nog een tochtje naar Brownsberg, vanwaar je een mooi uitzicht hebt over een deel van het Brokopondomeer(stuwmeer) De laatste tien kilometer daar naar toe zijn een ware onderneming en belevenis. Goed dat Wim jr. een 4 wiel aangedreven en hoog op zijn banden staande pickup truck heeft, anders kom je nooit boven. Wat een gaten en door het water uitgesleten geulen! Soms glibberen we met auto en al van de ene kant van het pad naar de andere en bonken zo van gat tot gat. Maar we genieten er van en komen, aan het eind van de middag weer veilig thuis. Voor ons tijd om de koffers te pakken en afscheid te nemen. Morgenochtend vroeg vertrekken we naar Curaçao. Onze laatste stop van onze anderhalf jaar durende wereldreis. Wat een ervaring!! Op dit prachtige eiland vallen we met onze neus in de boter, of liever gezegd, in de pepernoten. Hoewel, die hebben we zelf bij ons en gekocht in Paramaribo. Jawel, op negentien november, komt San Nicolas aan in Willemstad. Onder geloei van scheepstoeters wordt de Sint met zijn Pieten op een grote sleepboot, iets voorbij de Pontjesbrug, aan land gebracht. Het gaat er hier iets anders aan toe, dan bij ons. Sinterklaasliedjes worden er niet gezongen of gespeeld en gestrooid wordt er ook niet. De hele intocht wordt opgeluisterd door een Zuid Amerikaanse drumband, die een enorme hoeveelheid geluid produceert en waarvan het ritmische getrommel de gemoederen behoorlijk opzweept. Sint rijdt vooraan in de stoet in een open auto en ziet er eerlijk gezegd niet uit. Wat een vertoning. Dit is duidelijk een Hulpsint. Dat vindt ook een Nederlands jongetje, dat bij ons in de buurt staat. Logisch ook, want de `Echte´ is natuurlijk in Nederland aangekomen. Maar goed, het hele feest draait eigenlijk om de drumband, die er een grote show van maakt en de lenige Zwarte Pieten. Die dansen, springen, maken salto's en flikflaks aan de lopende band. Op het podium aangekomen doen allerlei hoogwaardigheidsbekleders een ´reclamewoordje´ en San Nicolas mag ook twee zinnen zeggen. Toch zijn kinderen en ouders laaiend enthousiast, want ook hier is het het mooiste sprookje van het jaar!
Leuk om dit te hebben meegemaakt. In de vooravond krijgen we nog een reprise. Onder luid getrommel en veel gedans van zijn Pieten, maakt de Sint zijn opwachting in ons hotel. Alle kinderen krijgen een presentje, waarna hij weer vertrekt en de rust weerkeert. De volgende ochtend horen we aan het ontbijt een jongetje opgewonden aan zijn opa vertellen, dat hij wat in zijn schoen heeft gekregen. Heerlijk toch!! En wij? Wij genieten van onze dagen hier op Curaçao. We liggen heerlijk te lezen in de zon, zwemmen wat rond in het azuurblauwe water en snorkelen langs het rif, om de prachtig gekleurde visjes te bewonderen. Ook bezoeken we een paar culturele bezienswaardigheden en maken, onder begeleiding van een gids, een mooie stadswandeling door Punda. Kortom, het ontbreekt ons aan niets en zijn blij en gelukkig, dat we dit allemaal mogen ervaren. Maar aan alles komt een einde, dus ook aan deze geweldige anderhalf jaar en dus ook aan dit weblog. Uit de grond van ons hart danken we je voor jouw belangstelling en je support. Tevens danken we alle sponsoren die ons hebben ondersteund tijdens onze fietstochten om onze doelen te bereiken. In de wetenschap dat we een aantal kinderen, op verschillende plekken op de wereld, een meer kansrijke en/of kleurrijke toekomst hebben mogen geven, sluiten we deze mooie episode in ons leven af. Maar, zoals je weet.....waar je aan de ene kant iets sluit, gaat aan de andere kant iets open. Op naar een nieuwe toekomst!!

Lieve groeten, Stanny en Wim

donderdag 3 november 2011

Een blij weerzien

Donderdagochtend 13 oktober brengt Hanny, de buurvrouw, ons naar de trein. We zijn lekker op tijd op Schiphol om in te checken en gaan om 14.00 uur de lucht in. Na een prettige en goede vlucht landen we op Zanderij. Als we uit het vliegtuig naar buiten stappen is het net of we een warme deken over ons heen krijgen. De plaatselijke tijd is 18.00 uur (23.00 uur Ned.) met een temperatuur van 32 graden. Heerlijk!! Met een taxi laten we ons naar Paramaribo brengen. Hier verblijven we, net als vorig jaar, bij Peter in de Hofstede Crullaan. Het weerzien is hartelijk en met een gevoel van `weer thuis komen` nestelen we ons in benedenverdieping van zijn huis. Een mooie 19e eeuwse, traditionele, Surinaamse houten woning. Het was een lange dag, nog even iets drinken en dan gauw slapen. Vrijdagochtend, als we net een half uurtje wakker zijn, trakteert Peter ons in de tuin op koffie met een roomhoorn. Een feestelijke opening van een uurtje waarin er heel wat wordt bijgepraat. De rest van de dag besteden we aan boodschappen doen en de koelkast optoppen met de nodige noodzakelijke spullen. Om 14.00 uur vallen we uitgeteld op ons bed en slapen anderhalf uur. De jetleg is nog goed te voelen. Het weekend gebruiken we om, op de fiets, de stad te bekijken. We strijken neer in het
Waaggebouw voor een kopje koffie, kopen een krantje in de Saramaccastraat, drinken een Parbo biertje bij Broki aan de Waterkant (een lange straat in het centrum, gelegen aan de oever van de Surinamerivier) en eten Pom in een Surinaams eethuis. Wat is het toch prettig als je een stad al kent en je er, na verloop van tijd, weer terug komt. De maandag begint vroeg. Om zeven uur met de taxi naar Matoekoe in Lelydorp. De ontvangst is buitengewoon. 'Oh, mi Gado, zijn jullie het echt ?' Hartelijk worden de handen geschud, brassa's (omhelzing) gegeven en geknuffeld. We maken kennis met Thea, de nieuwe directeur, die meteen tijd voor ons maakt. Diverse keren hebben we al mailcontact gehad, maar zo met elkaar aan tafel praat het toch wat makkelijker. Hoofdonderwerpen zijn natuurlijk onze fietstocht en de speeltuin. De opdracht voor de speelattributen is al een paar weken geleden gegeven, maar tot op heden is er nog niets geleverd. Thea stelt voor om meteen even bij het constructiebedrijf langs te gang om polshoogte te nemen. Dat staat ons wel aan. Lekker slagvaardig! Maar eerst gaan we, met z'n drieën even de groepen langs om de pupillen en begeleiders gedag te zeggen. Wat een enthousiasme! Ze willen alles van ons weten. Waar we waren, hoe het was, wat we allemaal hebben gezien...... Overweldigend! We zien een paar nieuwe gezichten, maar missen er ook één. Jovanka, een meisje uit de jongste groep, blijkt een paar weken, nadat wij vorig jaar zijn vertrokken, aan een hartkwaal te zijn overleden. Daar worden we stil van, temeer daar Stanny met haar een goed contact had en zij op verschillende foto's staat, o.a. in onze flyer. Thea laat ons het gastenverblijf zien, dat wij vorig jaar, onder het vergieten van stromen zweet, hebben schoongemaakt. Het ziet er goed uit en wordt momenteel bewoond door één van de oudere pupillen die buiten het project werkt, maar wel een beschermde woonomgeving nodig heeft. Een goede ontwikkeling. Na ons rondje lopen we naar het constructiebedrijf, dat tweehonderd meter verder in de straat ligt. De eigenaar is niet aanwezig en de rest van de medewerkers weet van niets. Morgenochtend is de eigenaar er wel, wij dus ook. En ...... hij is er niet. Wel zien we nu dat er een rek in elkaar wordt gelast dat verdacht veel op een schommelstelling lijkt. Er gaat dus wat gebeuren. We gaan nog even door naar Lelydorp, daar weet Thea een nieuwe speeltuin te staan. Deze is geschonken door het Amerikaanse leger als onderdeel van het project New Horizons. Een liefdadigheidsproject van het Amerikaanse Ministerie van Defensie, dat op verschillende plaatsen in het Caraïbisch gebied, scholen en ziekenhuizen opknapt, sportvelden aanlegt en speeltuinen bouwt. Dit jaar was ook Suriname de gelukkige. In juli en augustus zijn er verschillen pelotons militairen met materiaal ingevlogen om, op diverse plaatsen aan het werk te gaan. En het resultaat mag er zijn. Geweldig wat een speeltuin. We kijken onze ogen uit en besluiten ter plaatse om contact op te nemen met het Ministerie van Defensie. Terug op Matoekoe belt Thea meteen naar het Ministerie en krijgt van een kolonel het advies om zich aan te melden voor het project bij de Amerikaanse Ambassade. Mede door deze ontwikkeling besluiten wij dat de speeltuin die wij gaan aanleggen, niet ten behoeven van de dagopvang op het grote veld tussen de leslokalen komt, maar aangelegd gaat worden naast het kinderhuis. In dit huis wonen permanent, momenteel, zestien kinderen en jongeren. Voor hen is dit een enorme aanwinst en verrassing. Vervolgens belt Thea de eigenaar van het constructiebedrijf en maakt de afspraak dat hij om 12.00 uur op Matoekoe verwacht wordt. En, ja hoor, daar is-ti-dan. Een alleraardigste man die, na wat verontschuldigingen, belooft dat de speelattributen volgende week klaar zijn. Stanny heeft inmiddels een plattegrond getekend hoe de speeltuin er moet komen uit te zien. Dit werkt zeer verhelderend en geeft een goed beeld van wat er nodig is en moet worden gedaan. Met hem bekijken we de plek waar de speeltuin moet komen. Samen maken we een soort stappenplan. Gras verwijderen doen wij, de evenwichtsbalkjes neemt hij mee, tien kuub banzand bestellen doen wij, autobanden onder de wip plaatsen doet hij en als klap op de vuurpijl zal hij het geheel plaatsen zonder de kosten daarvoor in rekening te brengen. Dat is zijn donatie aan het project. Geweldig toch! Met nog wat adviezen van zijn kant, gaan wij de volgende dag aan het werk. Om half tien staan Azaad, de tuinman, en zijn pupillen klaar om te beginnen. Gewapend met kruiwagen, kapmessen en een paar tjappen. Ik weet niet hoe je het schrijft, maar het is een soort schep waarvan het blad dwars op de steel staat. Je gebruikt het als een ´hak´ en graaft, met een halende beweging, het gras van de grond. Ook Koppie, van de papiermakerij, komt met zijn pupillen helpen. Er wordt in de brandende zon gewerkt, gezweten, gedronken en gerust en na een paar uur is het hele tuintje ´schoon´. Zelf werken we ook driftig mee, want een goed voorbeeld doet ......  De laarzen die Wim van Azaad kreeg, heeft hij al weer afgestaan aan één van de jongens, die op zijn mooie witte schoenen, door de prut loopt te baggeren. Nu doet Wim dat op zijn sandalen, maar dat mag de pret niet drukken. Als beloning krijgen de jongens een paar lekkere koeken, die wij speciaal voor deze gelegenheden bij ons hebben. Stanny is inmiddels begonnen met het schilderen van een hekje van het kinderhuis om de omgeving wat op te fleuren en ook een muurtje krijgt een andere kleur. De reacties daarop zijn geweldig, zowel van de pupillen als de begeleiders. Wim is, naast alle klussen, bezig een powerpoint presentatie te maken over onze fietstocht voor de stafleden en begeleiders, die we volgende week zullen vertonen tijdens een algehele medewerkersvergadering. Zo vliegt de tijd, voor we het weten is onze eerste week al voorbij en duiken, of liever gezegd, plonsen we het weekend in. Het weer is n.l. omgeslagen. Dat houdt in dat het vanaf donderdag, elke dag ergens tussen 15.00 en 20.00 uur regent. Nou ja, regent! Donkere stapelwolken pakken zich dan samen en na verloop van tijd breekt er een enorme bui los. Na zo'n bui is het gelukkig weer vrij snel droog, maar ook drukkend warm. Zondag echter, is daar een uitzondering op. Het begint om rond 17.00 uur te regenen en in no time staan alle straten blank. De ene onweersbui volgt de ander op. De riolering, of wat er voor door moet gaan, kan de enorme hoeveelheid water niet aan, met als resultaat dat het erf van ons huis compleet onder loopt. Al snel
staat er ongeveer 15 cm water in de tuin. Peter komt ons waarschuwen dat we rekening moeten houden met lekkage. Snel alle spullen van de grond en ja hoor ...... op verschillende plaatsen komt het water al door de tegelvloer omhoog. Eerst proberen we dat nog met dweilen weg te krijgen, maar het is letterlijk dweilen met de kraan open. Er is geen houden aan. Ook het bassin van de badkamer staat al onder water, de afvoer daarvan hadden we kunnen afstoppen met een stokje, waarvan we ons al eens hadden afgevraagd waarom dat daar staat. Nu weten we dat dus! Maar goed, in de loop van de avond en nacht loopt het hele benedenhuis, kamer, slaapkamer en keuken onder water. Als we om zes uur, de volgende ochtend, onze benen, onder de klamboe vandaan, buiten het bed zwaaien, staan we tot aan onze enkels in het water. Gelukkig ziet het er schoon en helder uit, maar het is natuurlijk armoe troef. Na een ´plonsend´ ontbijt gaan we gewoon naar Matoekoe, want er moet toch gewerkt worden en aan dat waterpeil kunnen wij niets veranderen. De tuin staat nog blank en dat zal pas veranderen als het volgende laag tij de Surinamerivier heeft bereikt. Hierdoor kunnen de kreken in de stad weer hun water lozen. Als we ´s avonds thuis komen, heeft Peter al een andere kamer in het achterhuis voor ons ingericht en een deel van onze spullen overgebracht. Gelukkig knapt hierna het weer op en na twee dagen van hozen (ongeveer 200 liter) en schoonmaken, kunnen wij weer terug naar ons appartement. En Matoekoe, de speeltuin. Wel, we hebben niet stil gezeten. Het blijkt dat we van ons budget, na de bouw van de speeltuin nog een leuk bedrag overhouden. In het regenweekend hebben we daarom nog wat spelmateriaal gekocht. Daarnaast heeft Stanny bij Thea het idee gelanceerd om, na de presentatie van onze reis, de begeleiders te vragen om hun liefste wens voor materiaal voor hun groep in te vullen op een lijst. Thea is het daar helemaal mee eens. De presentatie vinden ze geweldig. Ze hadden er geen idee van hoe we dat nu hebben gedaan. Na wat vragen te hebben beantwoord, nemen wij de gelegenheid waar om aan Thea een check ter waarde van € 4500,00 te overhandigen, als eindresultaat van onze sponsortocht. Een luid applaus is het gevolg. Als Stanny dan nog de lijst laat rondgaan, waarop zij hun wens voor hun groep mogen aangeven, dan is het echt feest. `Ik heb een schoevendraaiertje en een tangetje nodig`, `mijn ventilator is al een poos stuk´, ´mag ik er ook een fiets op zetten, om even snel een boodschapje te doen?´, ´ik wil graag wat materiaal voor een snoezelhoek voor de kleintjes´. Zomaar een greep uit de wensen die worden geuit. We beloven, in overleg met Thea en afhankelijk van het budget, ons best te doen om iedere wens te honoreren. Wat een enerverende middag en zo fijn om zoveel oprecht blije gezichten te zien. In het begin van de week is er ook tien kuub zand gestort. Die wordt, weer samen met de ploegen van Azaad en Koppie, per
kruiwagen, als ondergrond op de plek van de speeltuin gestort en uitgespreid. De speeltoestellen kunnen komen! De schommel, de wip en de glijbaan worden donderdagmiddag gebracht en zullen de maandag daarop worden geplaatst en verankerd. Intussen heeft Stanny een hinkelbaan op het pad geschilderd en heeft ze een speurpad uitgezet. In plaats van pijlen heeft zij sinaasappeltjes en bananen op de paden geschilderd. Als Stanny haar eerste geschilderde oranje sinaasappel aan Ria, de kokkin, laat zien, staat die er wat glazig naar te kijken. `Nou`, zegt Stanny, ´zie je niet wat dat is?´ Ria haalt haar schouders op.´`Een sinaasappel`, zegt Stanny trots. `Na, dat kan niet`, roept Ria, `die zijn bij ons groen en geel!` In overleg besluiten ze dat het dan maar mandarijnen zijn, die zijn wel oranje. Wim heeft samen met Tjoep, een vriend van ons, nog een paar kuub zand naar de zandbak gekruid. We zijn blij als het weekend is. Lekker uitslapen tot ongeveer acht uur. Wat doen we dan zoal. Nou, we bezoeken de jaarlijkse kunstbeurs, kuieren over een natuur en milieumarkt rond Fort Zelandia, gaan kijken naar de optocht van het Hindoestaanse Divali, lichtfeest,  pikken een filmpje bij Zus§Zo, fietsen de hele stad door om de landbouwbeurs te bezoeken enz. enz. Kortom, in de twee weken dat we hier nu zijn vermaken wij ons prima. Is het niet in een waterballet, dan wel in een zandbak, speeltuin of andere leuke gelegenheid. Inmiddels is het zondag 30 oktober. Vanuit Nederland hebben we gehoord dat het met tante Nelly niet zo goed gaat. Gisteren heeft Stanny nog even met haar gesproken door de telefoon, maar we zijn er niet gerust op. Vanochtend zijn we in de kathedraal naar de hoogmis geweest. Het is
de grootste houten kathedraal ter wereld en is vorig jaar weer geopend, nadat het ruim twintig jaar in de steigers heeft gestaan. Het is een mooie viering, met een goede voorganger, veel wierook en een vierstemmig mannenkoor. Echt sfeervol! Bij het Maria altaar steken we voor Nelly een kaarsje op. Als we ´s middags thuis komen, worden we gebeld dat Nelly in coma ligt. Enkele uren later komt ze te overlijden. Dit is even dik slikken! We besluiten dat we voor Stanny meteen een vlucht boeken naar Nederland, zodat zij op gepaste wijze afscheid kan nemen van haar geliefde tante en ook voor oom Cees, in deze moeilijke dagen, een troost kan zijn. Wij houden Nelly in gedachte als een lieve, hartelijke tante, een mooie vrouw, een dame met alure en een fijn, ruimhartig persoon.

donderdag 22 september 2011

Barcelona, ons doel bereikt!

Als we op maandagochtend vroeg de Mas verlaten is het nog schemerig en fris. We rijden met verlichting aan geconcentreerd naar beneden Dat gaat natuurlijk als een speer, maar oppassen blijft geboden. We blijven dalen tot voorbij Ceret en pakken dan de route weer op. Om bij de Spaanse grens te komen moeten we klimmen tot 700 meter. Het eerste deel gaat redelijk geleidelijk omhoog. De laatste drie kilometers voeren echter over een onverhard pad, voor een deel met grof steenslag, uitgesleten door de regenval en met, zo nu en dan, een stijgingspercentage tussen tien en achttien procent. Lopen dus!! Zeulend met die fietsen omhoog tot dat het zwaarste voorbij is. Hup weer in het zadel en trappen, tot aan de top. Op die top houdt plotseling het onverharde pad op en verandert in een prachtige brede asfaltweg. Dat is Spanje! We zijn op de top van Col de Manrell bij de grens tussen Frankrijk en Spanje aangekomen. Het is alsof we via een achterdeurtje Frankrijk verlaten hebben. We beginnen met de afdaling, maar stoppen al snel weer, om te genieten van het schitterende uitzicht dat we, vanaf deze hoogte, hebben. We kijken een langgerekt dal in en zien zelfs in de verte, de baai van Rosas liggen. Het landschap is ook anders, het doet een beetje denken aan Toscane en ook de grondsoort is veel meer ijzerhoudend, zo aan de rode kleur te zien. We maken een heerlijke afdaling en bereiken halverwege de middag, eerder dan gedacht, Figueres. De stad, waar Dalí een groot deel van zijn
leven heeft gewoond. Als we ons hebben opgeknapt en net de Rambla oplopen, gaat de telefoon. “Zijn jullie er al ?” “Ja, Pieter, we lopen net de Rambla op”. “Mooi”, zegt Pieter, “wij zitten aan de linkerkant op een terrasje”. Ze zijn met de auto naar Figueres gekomen om nog gezellig samen wat te eten en te praten. Het wordt een leuke avond en we eten heerlijke tapas in een restaurant naast het Dali-museum. De volgende dag staan we vroeg op, om op tijd bij het museum te zijn, voordat de grote drukte losbarst. Dat was een slim plan. In het museum kijken we onze ogen uit. Wat was die Dalí een veelzijdige, maar ook bijzondere en doldrieste kunstenaar. Het museum is ondergebracht in een verbouwd theater, dat door Dalí zelf is ingericht. Op advies van Pieter brengen we ook een bezoek aan de ruimte waar de collectie sieraden, die Dalí heeft ontworpen, zijn ondergebracht. Werkelijk de moeite waard. Schitterend, letterlijk en figuurlijk! Vanuit Figueres vervolgen we onze fietstocht richting Girona. Op onze weg daarnaar toe komen we door het kleine plaatsje Púbol, waar we koffie gaan drinken. Midden in dit plaatsje, op het hoogste punt staat een 14e eeuws kasteeltje. Dit kasteeltje was het verblijf, dat Dalí in 1971 voor zijn vrouw en muze, Gala, heeft gekocht en wat ze, voor het grootste deel, zelf heeft ingericht. In de kelder van het kasteeltje hebben de Dalí’s een eenvoudige, maar stijlvolle, tombe laten bouwen om daar, na hun dood, in begraven te worden. Echter alleen Gala ligt daar begraven. Het gebalsemde lichaam van Salvador Dalí zelf ligt in zijn museum in Figueres begraven. Het kasteeltje in Púbol is nu ook een museum en voor acht euro per persoon kun je daar een kijkje gaan nemen. Wij hebben dat niet gedaan en zijn, genietend van het heerlijke weer, doorgefietst naar Girona. Het laatste stukje via een drukke weg, rijden we aan de noordkant Girona binnen en fietsen
meteen, de bordjes ‘toeristeninformatie’ volgend, het centrum in. In Girona betekent dat ‘klimmen’, tien procent en meer, richting kathedraal. Daar boven aangekomen, weten we, dat er ergens in die buurt een leuk hotelletje moet zijn. Na een twintig minuten, straatje in, straatje uit, straatje omlaag, straatje omhoog, geklauterd te zijn, vinden we het adresje. Hoera, er is nog één kamer vrij. Nou ja, kamer! Het blijkt een kamertje te zijn, waar je je kont niet kunt keren. Maar, ahla, geen gezeur, dit heeft ook wel wat. Midden in het centrum, vlak bij de kathedraal, op het hoogste punt van de stad. Wie heeft dat?? Nou, wij!! Met elk kwartier het gebeier van de klokken in de verschillende torens, die aangeven dat er weer vijftien minuten van de unieke tijd voorbij zijn gegaan en elk half uur de dubbele slagen en elk uur …….. En ga zo maar door, tot diep in de nacht ….! De volgende ochtend, en dat is ook uniek, wordt ons ontbijt, door de aardige eigenaresse, persoonlijk geserveerd. Het ontbreekt ons aan niets. En als we vertellen waarom we op weg zijn naar Barcelona, doneert ze spontaan een bedrag ten gunste van de speeltuin voor Matoekoe. Wij stappen weer op de fiets en rijden naar …… het treinstation. Onze uitgestippelde route houdt n.l. op in een plaatsje iets onder Girona. Vandaaruit word je geadviseerd, om beslist niet fietsend door te gaan naar Barcelona. Vanwege de verkeersdrukte en het gebrek aan kleine, veilige wegen, die leiden naar die stad, geeft zelfs de Spaanse ANWB het advies om de trein of boot te nemen. Wij zijn moedig en zien obstakels als uitdagingen, maar willen graag nog langer genieten van het leven. Vandaar dat we een treinkaartje kopen naar Barcelona, onze fietsen op de daarvoor bestemde plek in de coupé zetten en na anderhalf uur in de stad van Gaudi uitstappen. We gaan meteen een hotel zoeken in de buurt van het station. Oeps …. Dat valt niet mee. Als Stanny bij een hotel vraagt hoe het komt dat alles vol is, zegt de aardige dame: “Tja, dit is Barcelona.” Het blijkt echter dat, in deze toch altijd al drukke stad, het nu extra druk is vanwege een internationaal congres van en voor Herbalife aanhangers. Dat heeft iets te maken met gezond eten, afvallen en …..??? Dat staat blijkbaar erg in de belangstelling, want het trekt duizenden bezoekers. Dat is nog niet zo erg, maar die duizenden bezoekers willen ook graag overnachten. Vandaar, dat veel hotels vol zijn. Ook blijkt het dat net in dit weekend, de aankomst is van de Audi Regatta. Een belangrijk internationaal evenement in de zeilwereld. Uiteindelijk komen we terecht in een mooi vier sterren hotel. Met een kamer, waar het kamertje in Girona drie keer in past en met airconditioning in plaats van klokkengebeier. We laten de bepakking nog op de fiets en rijden direct door richting Sagrada Familia. En hoe? Gewoon over fietspaden en –stroken, die zijn aangelegd langs de kilometerslange straten van Barcelona. Zo komen we vrij

eenvoudig en snel, na zes kilometer door de stad en in totaal 2300 km op de teller, aan bij de wereldberoemde schepping van Gaudi, die wel eeuwig in de steigers blijft staan. We planten onze fietsen voor het hek en geven elkaar een dikke zoen. We zijn er!!!! We hebben het gehaald! Dankbaar en geëmotioneerd realiseren we ons, dat we ons doel veilig hebben bereikt. Na Rome, nu ook Barcelona onder onze fietsschoenen. Stanny krijgt een jonge man zover, dat hij voor ons op zijn knieën gaat liggen. Nee, niet uit eerbied voor ons en onze prestatie, maar om een foto te maken waar niet alleen wij, maar ook een groot deel van de Sagrada op staat. Na de fotosessie blijven we nog wat rondkijken. Het is er altijd druk. Wij strijken neer op een terrasje en besluiten nog een dagje langer in deze prachtige stad te blijven. Daarna treinen wij terug naar het noorden en fietsen richting Costa Brava, waar we ons een aantal dagen, zon, zee en strand hebben beloofd. Alles overziend hebben we ook nu weer intens genoten van het fietsen, de vrijheid, de wonderschone natuur en de vele aardige mensen die wij zijn tegengekomen. En Matoekoe. Wel, met de directie hebben we goed contact. De eerste aanbetaling voor de aankoop van speeltoestellen is reeds overgemaakt en men kijkt uit naar onze komst. Rest ons nog om te vermelden, dat wij tijdens onze tocht een bedrag van € 402,00 gedoneerd hebben gekregen en dat daarmee het totaalbedrag op € 3902,00 komt. Dat is nog niet het eindbedrag, want we weten dat er nog een paar donaties zullen volgen. Wij gaan nu uitrusten en ánders genieten, om na thuiskomst weer fris aan de voorbereidingen voor ons werk in Suriname te beginnen.
Groetjes, Stanny en Wim

woensdag 14 september 2011

Middelandse Zee en ... Pyreneëen

Langzamerhand afdalend richting Middellandse Zee fietsen we door een prachtig, soms ruig, gebied en het dal van de rivier Hérault. Zo komen we, midden in het gebergte, bij het schilderachtige plaatsje St. Guilhem le Désert. Guilhem (755) was een kleinzoon van Karel Martel en een goede vriend en adviseur van Karel de Grote. Door zijn overwinningen bij Nimes, Narbonne en Orange ontvangt Guilhem de titel Prins van
Orange. Nadat hij zich, na een intensief leven, van het strijdtoneel terugtrekt, krijgt hij van Karel de Grote, als dank, een relikwie van het H. Kruis. Op advies van zijn vriend Benoit (Benedictus) d’Aniane, de stichter van de Benedictijner orde, bouwt hij op de plek, waar hij op dat moment is, een klooster. Na zijn dood groeit de abdij uit tot een waar bedevaartsoord. Vanaf die tijd draagt die plaats zijn naam. Na een kort bezoek verlaten we dit gebied en rijden door de kloof van de Hérault, via de markante 11e eeuwse brug, Pont du Diable, de noordelijke vlakte van de Languedoc binnen. Wijngaarden met druiven en druiven en nog eens …… proeven en passeren we om, aan het einde van de dag, aan te komen bij Pezenas, de stad van de toneelschrijver Molière. Het stadje inrijdend, fietsen we pardoes het pleintje op
waar de toeristeninformatie is gehuisvest. En je gelooft het niet, maar die nacht
slapen wij in Grand Hotel Molière. Tevens blijkt er in het pand van de toeristeninformatie een uitgebreide tentoonstelling, een scénovision, te zijn ingericht over het leven en werk van Jean-Babtiste Poquelin, of te wel Molière. Zeer verrassend en de moeite waard. Met benen vol kilometers en een hoofd vol ervaringen en indrukken, rijden we de volgende dag naar de Middellandse Zee. We hebben ons zelf een paar dagen rust beloofd en doen dat op een camping in Serignan Plage. “Middellandse Zee, souvenir van een zomer, enkel al het woord is als wijn op de tong”. En dat hebben wij ons laten welgevallen. Heerlijk!! Als we na een paar dagen rust onze fietstocht weer oppakken regent het, maar zien we de lucht in het zuiden lichter worden. Dus, op de pedalen en rijden. Het voelt weer lekker, je kont in het zadel, je beenspieren aanspannen en ….. de vrijheid ervaren! Voor een deel volgen we het Canal du Midi. Dit kanaal werd in 1660 bedacht door de vermogende Jean Paul Riquet. Het heeft een lengte van 240 km en verbindt de Atlantische Oceaan met de Middellandse Zee. In 1666 werd er met 12000 man aan begonnen en werd geopend in 1680. Helaas heeft JP Riquet dit niet meer mee mogen maken, Hij overleed een half jaar daarvoor. Het kanaal heeft dienst gedaan tot ongeveer 1930. Mede door de ontwikkelingen van de
spoorwegen en de grotere schepen raakte het in onbruik. Tegenwoordig is het een toeristische trekpleister voor de pleziervaart. Zo het kanaal volgend gaan we in de stad Béziers, met kanaal en fietspad, over de rivier de Orb heen. Dat is toch wel bijzonder. Ook bijzonder is het sluizencomplex, Ecluse de Fonsérannes, dat we later tegenkomen. Met een onderlinge afstand van 15 meter liggen daar negen sluisjes achter elkaar om een hoogteverschil van enkele tientallen meters te overbruggen. Uiteraard stappen we even af om dat fenomeen te bekijken. Na Colombier zien we opeens het kanaal in een rots verdwijnen, om er aan de andere kant van de berg weer uit te komen. Overigens is het niet alleen het kanaal dat door deze rotsberg gaat. Deze berg blijkt al duizenden jaren een kruispunt van wegen te zijn. Vanaf 118 voor Chr. loopt er al een weg over deze berg. Tien meter daaronder is, tussen 1667 en 1681, het Canal du Midi door de berg gegraven. Tien meter daar weer onder is er, in 1854, een spoortunnel door aangelegd en vanaf 1250-1270 ligt er op 30 meter diepte een drainage systeem door de berg heen. Dat is nog niet alles. Naast deze berg ligt een nog hogere top, het Oppidum d’Enserune. Deze hoge plek in het landschap bleek bij opgravingen in 1915 al een vestingsplaats te zijn geweest vanuit zowel de Grieks-Iberische tijd als de Romeinse tijd. We zijn deze berg niet helemaal opgeklommen, want vanaf halverwege de klim heb je een prachtig uitzicht over de vallei en kijk je neer op de Etang de Montady. Dit vroegere meertje werd in 1247 drooggelegd door kanalen radiaal te graven naar een centraal afvoerpunt in het midden. Het is net een gigantisch grote ronde taart die al in punten is gesneden. Alles bij elkaar werkelijk een heel bijzondere plek op de wereld om even bij stil te staan. En dat hebben we dan ook gedaan! Die nacht slapen we in de Auberge du Château de Bonnafous. Wat klinkt dat heerlijk hè! We kwamen het tegen langs onze route, vlak voor Durban-Corbières. Een goede keus! Echter maken we daar iets mee, waar we al eerder in Frankrijk tegenaan zijn gelopen. Namelijk dat je denkt te weten wat je vanaf het menu hebt besteld, maar wat toch heel iets anders blijkt te zijn. Zo dacht Wim zeker een keer iets met kip besteld te hebben en kreeg hij ‘draadjesvlees’. Nu vindt hij dat ook wel lekker, maar je zit elkaar toch even aan te kijken. Verder gebruiken die Fransen, voor sommige gerechten, ook wel vreemde namen, hoor. Zo in deze Auberge ook. De serveerster spreekt een beetje Engels en legt ons uit dat er iets is met een bepaald gerecht. Wij snappen het niet en zij legt het nog eens uit. Ze doet werkelijk haar best, wijst op de menukaart en het gerecht, zegt het in haar beste Engels en Frans, maar wij blijven dat lieve kind met grote vraagogen aan kijken. We begrijpen wel, dat er iets met ‘les huîtres’ is. Maar wat is in hemelsnaam een ‘huître’. Teneinde raad roept ze de hulp in van haar collega, die in België is opgegroeid. Samen komen ze bij ons tafeltje staan, waarna de collega het meisje haar laat nazeggen in het Nederlands: “Er zijn …. vandaag … geen … oesters”! Hallo !! Als Nederlanders nu oesters, oesters noemen en ze in het Engels oysters heten, waarom noemen die Fransen ze dan ‘huître’? Snap ik, dat we dat niet verstaan!! Achteraf hebben we er, met z’n vieren, smakelijk om gelachen. De volgende dag rijden we, via Col d’Extrème, die helemaal niet zo Extrème blijkt te zijn, Thuir binnen. Een leuk plaatsje waar tevens de fabriek staat, waar het drankje Byrrh wordt gemaakt en waar het
grootste wijnvat ter wereld staat. Omdat we ons hotelletje nog niet in kunnen, heel Frankrijk slaapt tussen drie en vijf, sluiten we ons aan bij een rondleiding door deze, al ruim honderd jaar bestaande, fabriek. Onze bepakte fietsen mogen we in het kantoortje, van een alleraardigste dame van de toeristeninformatie (zij slaapt gelukkig niet) neerzetten. De rondleiding is de moeite waard en Byrrh blijkt een kniftig aperitief te zijn, dat best lekker smaakt. We besluiten een fles voor Elma en Pieter mee te nemen. Wel weer ruim een kilo aan bagage, maar goed. O, en dat wijnvat? Ja, dat is heeeeeeeeeel groot en daar kan meer dan een miljoen liter van dat kniftige drankje in. En om de duigen van dat tonnetje op hun plek te houden hebben ze er 51 massief stalen stangen om heen getrokken. Onze route hebben we zo gepland, dat we vanaf Thuir, nog maar 51 km hoeven te fietsen om bij Pieter en Elma op Mas Caraus aan te komen. De Mas ligt op negenhonderd meter hoogte en de klim daar naar toe gaat over elf kilometer. Dus …. Tel uit je winst! Pieter heeft aangeboden om ons, vanaf de rivier de Arles, op te halen met de auto, maar dat is onze eer te na. Ja, het is een enorme puist, maar we bellen wel als het echt niet lukt. Vanaf de rivier tot Montferrer is een verschrikkelijke klim, ruim zeven kilometer lang en dat in de bloedhete zon. We rijden zo ‘klein’ mogelijk en bocht na bocht kruipen we, al slingerend omhoog. Op driekwart van de klim komt Pieter ons tegemoet. Hij moet met de auto naar de garage. We stappen even af en begroeten elkaar hartelijk. Pieter steekt zijn bewondering niet onder stoelen of banken en wij. Wij staan te druipen van het zweten en worden inmiddels belaagd door hele horden vliegen. We geven Pieter alvast de fles Byrrh mee, dat scheelt weer ruim een kilo. Snel weer in het zadel en door naar Montferrer. In het plaatsje aangekomen rusten we even uit en eten we wat voor we aan de laatste kilometers beginnen. Die blijken gelukkig een veel vriendelijker
stijgingspercentage te hebben. Voldaan en trots komen we aan op de top. Zwetend en moe geven we elkaar een kus. Poehé, wat een klim, wat een puist was dat, maar ….. we hebben hem uitgeperst, bedwongen, geslecht. Hij ligt aan onze voeten!! Tjonge, wat een heroïsche taal. Nou ja, voor deze ene keer mag dat wel, vinden we, na deze inspanning en meer dan twee duizend km op de teller. Met een goed gevoel stappen we af bij de Mas, waar Elma en de honden ons hartelijk begroeten. Bij Pieter en Elma komen we heerlijk tot rust en spelen een paar dagen “Godje in Frankrijk”. Daar tussen door helpt Wim om de houtvoorraad voor de winter wat aan te vullen en geeft hij de fietsen weer een onderhoudsbeurt. Stanny gebruikt haar creativiteit om een muurtje op het terras, op een Gaudi-achtige wijze, te betegelen. Werkelijk een prachtig resultaat en een lust voor het oog. We trekken er, met z’n vieren, nog een dagje op uit, o.a. naar het plaatsje Ille-sur-Tet. Dat is bekend om Les Orgues, een prachtige kalkrotsformatie waar wij een
wandeling doorheen maken. Uniek en heel bijzonder, die afwijkende steensoort tussen al die massieve bergen en heuvels. Verder rusten we uit, genieten van het mooie weer en bereiden ons weer voor op de laatste etappes door Spanje. Daar wacht ons eerst nog een klim van 700 meter over Col de Manrell en een steile klim naar Terrades, waarna we aan het eind van de dag in Figueres hopen aan te komen. Daarna is het op naar Girona en Barcelona. Inmiddels zijn de donaties voor de speeltuin van Matoekoe gestegen tot €3500,- Werkelijk een fantastisch resultaat! Dit geeft ons de moed en kracht om door te gaan, Barcelona te bereiken en de kinderen van Matoekoe gelukkig te maken met een speeltuin. Want die komt er!!


woensdag 31 augustus 2011

De helft voorbij .... over heuvels en door dalen

Fantastisch, wat een tocht maken wij en wat zien we veel! Inmiddels zijn we neergestreken in een voormalig kasteeltje, Domaine Deboisset http://www.domaine-deboisset.com/, in St. Ambroix. Een prachtige locatie met mooie kamers en aardige mensen. We hebben al 1646 km gereden en hebben er nog steeds plezier in. Toch hebben we twee keer enorm moeten afzien en in beide gevallen speelde het weer een belangrijke rol. Daarover later meer. De sponsoring van het project loopt gestaag door. Ook onderweg ontvangen we hier en daar een donatie en al het geld aan fooi, dat we eigenlijk zouden geven, gaat rechtstreeks in de 'pot'. Het bedrag tot nu toe aan sponsering is € 3300,00. Dat is bemoedigend. Daar kunnen we een goede start mee maken. Vanuit de Beaujolaisstreek zijn we zuidwaarts gefietst om Lyon heen. Daarbij verlieten we het Saonedal, klommen over de heuvels en daalden af naar het Rhônedal. En dat allemaal tussen de wijngaarden door. De druiven zijn nu volop aan het rijpen en smaken heerlijk. Elke dag een trosje, nog warm van de zon, direct
van de wijnrank in je mond. Top! Daarna hebben we de Rhône links laten liggen en zijn, via de Vivarais, van boven naar beneden door de Ardèche gereden. Een prachtig gebied, dat je ziet veranderen hoe zuidelijker je komt. De heuvels maken plaats voor rotsformaties en de beklimmingen worden langer. Echter het weer wordt ook steeds warmer en dat is iets, om danig rekening mee te houden. De wind hebben we, al vanaf het begin van onze fietstocht, nog steeds tegen en vanaf Macon is daar een nieuwe factor aan toegevoegd. Een temperatuur,in de middag, van rond de veertig graden. Die combinatie maakt, dat je het gevoel hebt, dat er na 13.00 uur een blower wordt aangezet op standje vijf en waar een föhn aan wordt toegevoegd. Die harde, hete wind trekt alle vocht uit je lichaam en maakt het fietsen een ware uitdaging. Vandaar dat we een paar keer eerder zijn gestopt en ons toevlucht hebben gezocht in een prettig onderkomen, met koel helder ….. (maak zelf het verhaaltje af en kleur de plaatjes). Helaas lukt dat niet altijd. Vanuit Villefrance willen we, na zo’n 65 km, overnachten in Mornant. Maar ja, ook de Fransen gaan op vakantie, sluiten hun hotel en …. Daar staan we voor een gesloten deur. Oké, de dame van de toeristeninformatie weet wel raad. Er is een ander hotel, groot, met een restaurant, dat altijd open is en zeker plaats heeft. Het ligt vijf kilometer richting Lyon, aan een drukke weg. Dat betekent een stukkie terug. Maar oké, we hebben de hele dag gefietst en met die warme wind daarbij hebben we het wel gehad. Heuveltje op, heuveltje af en stoppen bij het grote hotel. Dicht!! Op vakantie gedurende augustus. Hoe verzin je het. Bedankt toeristenjuf!! We besluiten dan maar, via de grote weg, dat is het kortste, naar het eerstvolgende plaatsje op onze route door te rijden. Ruim tien kilometer verder. In dat plaatsje, Rive de Gier, zijn in elk geval twee hotels aan de rand van de stad en nog een paar in het stadje. Dat moet toch gaan lukken! Op de pedalen dus, heuvel op en heuvel af, tussen het grote verkeer met al die stinkende uitlaatgassen. Druipnat komen we bij het stadje aan en ….. blijken de beide hotels vol te zijn. Dan knapt er wat. Moe, nat en op, ploffen we op het terrasje van het tweede hotel neer. Ja, de dame achter de tapkast weet nog wel een ander hotel. Tien kilometer verder. Grumpfff .. Stoom begint er uit onze oren te komen. Dat trekken we niet. Het is inmiddels zes uur geweest. We rijden door naar het stadje en zoeken de andere hotels. Heen en weer …. heen en weer, maar geen hotels zoals er in onze beschrijving vermeldt staat. Wel de nodige extra kilometers. Zullen we maar de trein nemen? Bij het station stappen we af en besluiten eerst wat te gaan eten bij een ‘shoarmatent’ daar tegenover. De aardige jonge eigenaar hoort ons verhaal aan en weet wel twee hotels. Ja, wij ook, maar die zijn vol. Geen nood, hij weet er nog een. Een Formule 1 hotel ligt enkele kilometers verder aan de grote weg. We kunnen daar komen via een paar kleine plaatsjes. Hij pakt zijn I-phone en laat ons zien hoe we daar moeten komen. Meteen belt hij het hotel en reserveert er voor ons een kamer. Geweldig, weer een engel op ons pad. Eindelijk, na twaalf uur fietsen en 94 km kunnen we onze fietsen afladen. Dat was afzien!
Zoals aangegeven worden de heuvels bergen en de klimmetjes langer. Het eerste colletje, Col de Grenouze is 624 meter hoog. De tweede, na elf kilometer klimmen, Col de Nonières is 671 meter hoog. Maar er staat er ons nog één te wachten van 1119 meter. De dag voordat we die gaan beklimmen, bombarderen we tot rustdag. We strijken daarvoor neer op een camping, waar we een grote, stevige bungalowtent huren. De camping ligt twee kilometer, stijl klimmen, boven het plaatsje Le Cheylard, bij een mooi gerestaureerd kasteeltje. In de avond, op het terrasje in de zon, wat gegeten en dan, lekker slapen. Als we, de volgende
morgen, wakker worden is het bewolkt. We eten onze bestelde croissants buiten voor de tent, maar vluchten na tien minuten, met tafel en al de tent in. Grote druppels, spetteren naar beneden. De regen houdt aan tot ongeveer drie uur in de middag en gaat dan over in een wolkbreuk. De ene onweersbui volgt op de andere. Het kraakt en knettert om ons heen. De wind is aangewakkerd en de temperatuur dramatisch gedaald. Dit weer houdt enige uren aan, waarna het over gaat in ‘normale’ regenbuien. Al met al is het half acht geworden en hebben we niets te eten kunnen krijgen. Het campingbarretje is dicht en de eigenaar is nergens te bekennen. Naar het stadje fietsen is geen optie, want dan zijn we kletsnat en drogen doet onze kleding dan niet meer. Alles wat we nog te eten hebben, eten we op en dolgelukkig zijn we met ons, nog enige overgebleven, zakje soep. En koud dat het buiten, maar ook binnen, is!! Het beddengoed is minimaal en omdat we niet op kamperen zijn ingericht, hebben we natuurlijk niets extra’s bij ons. Van ellende gaan we vroeg naar bed, met alles aan en om wat we bij ons hebben. En nog liggen we te rillen in bed. Wim trekt zelfs zijn buff over zijn hoofd. Het wordt een nacht met een gaatje, we doen praktisch geen oog dicht en zijn door en door koud. Als we de volgende ochtend vroeg opstaan, is de regen opgehouden, maar de hele wereld gehuld in een koude, vochtige, grijze deken van mist. Brrrrr … koud. Vlug pakken we in, trekken onze dikke jacks en lange kleding aan en laten ons bibberend naar het plaatsje afzakken. Daar kopen we snel wat broodjes en nestelen ons in een barretje achter een hete, dampende kop thee. Phoe-hé, dat was afzien nummer twee! Natuurlijk is er ook een keerzijde aan de medaille. Er staat ons een klim van 21 km te wachten, naar 1119 meter hoogte. Daar worden we wel weer warm van! En dat is ook zo. Als we boven op Col de Mézilhac staan voelen we ons trots en voldaan. Maar op elfhonderd meter
is het wel koud en de zon heeft zich nog niet laten zien. We drinken in het café een kop koffie en zien dat het elf graden is. Snel weer onze warme kleding aan voor de afdaling. En dat is nodig ook. Alle mensen, wat is dat koud!! We moeten 24 km dalen en vooral het eerste deel is aardig stijl. Halverwege stappen we af om een foto te maken van een riviertje dat tussen de rotsen door stroomt. Pas dan ziet Wim dat zijn vingers helemaal wit zijn van de kou en voelt hij zijn voeten bijna niet meer. Wrijven dus. En verder gaan we weer. Beneden in het plaatsje Aubenas zien we een bankje in de zon. We stappen af, maken een kopje koffie, nemen een broodje en koesteren ons, als slangen, aan de warmte van de zon. Dit is echt genieten!! We besluiten om door te rijden naar één van de mooiste plaatsjes van Frankrijk, Vogûé. Werkelijk een schilderachtig Middeleeuws plaatsje aan de rivier de Ardèche. Naast een heel groot mondain hotelcomplex daar in de buurt is er, in het plaatsje zelf, één hotel. En ja, daar is een kamer beschikbaar. Als we onze fietstassen met kleding openen, komt ons nog de kou, vanuit de kleding, tegemoet. Bijzonder! We maken een mooie wandeling door het historische plaatsje en laten ons het eten
heerlijk smaken. We hebben het verdiend!! Als we de volgende dag opstappen, krijgen we de complimenten van twee voorbij komende mannen, die zich verbazen over onze fietstocht en de al verreden kilometers. Stanny moet toch wel érg sterke benen hebben!! En wij, wij stappen weer vrolijk op en hebben er elke dag weer zin in. Is dit een vorm van zelfkastijding of riekt dit naar (top)sport. Met veel plezier laten we de nodige kilometers weer onder onze banden doorglijden. Zo staan we nu, vanuit de Gard, aan de rand van de Languedoc en zullen de komende dagen, via St. Hyppolyte du Fort, St. Guilhem-le-Désert en Pézenas, afdalen naar de Middellandse Zee. We zullen ons, in dit gebied, weer kunnen laven aan druiven en ook de vijgen zijn rijp en ruim voorradig. Leve de gulle natuur!! En oh ja, Pieter en Elma, we komen steeds dichterbij.

vrijdag 19 augustus 2011

Door de golvende velden van Frankrijk tot Beaune

We zijn in Beaune neergestreken met 1092 km op de teller. We hebben, tot nog toe, een prima tocht achter de rug met de sponsoring voor Matoekoe tot en met de Cotes d'Or streek.(Volgende blog meer hierover) Na onze rustdagen bij Vincent en Elcke op La Renardiëre, zijn we, van het Moezeldal overgestoken naar
het dal van de Saone. Een prachtig gebied! Deels hebben we kanalen gevolgd met hun vele sluizen, zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts. Maar ook hebben we kilometers lang door het Franse heuvelland gepeddeld. En heuvelen doet het dan. Gemiddeld klimmen en dalen van valsplat tot 5 á 6 procent. Incidenteel tot 10 procent. Onze bovenbenen zijn daardoor alweer goed getraind en voelen, van tijd tot tijd, aan als zwaar bekabelde verlengstukken van ons lichaam. Maar .... we genieten ervan en vinden het rijden door dit Franse land een genot.  Daarbij doe je verschillende ervaringen op. Zoals bij wegwerkzaamheden bijvoorbeeld. Als dat gebeurt, wordt er een 'circulation alternée' aangegeven. Een alternatieve route of wegomlegging. Nou, dat maakten we ook mee in Pont a Mousson. De werkzaamheden aan de weg werden goed gemarkeerd en de route werd duidelijk omgeleid. Echter kwamen we, die route volgend, uiteindelijk op het terrein van een ziekenhuis uit. Nu is dat nog niet zo erg, als wel, dat de route eindigde bij het mortuarium. Dat ging ons toch iets te ver. We zijn meteen teruggereden en hebben onze eigen circulation alternée gekozen. Precies, .... dwars over de opengelegde weg. Zo kwamen we weer meteen op de goede route terecht. Dit Franse land, met zijn wijdse verten, blijft inspireren. Zie je het voor
je! Kilometers lang golvende velden met graan, maïs en andere landbouw producten, afgewisseld met verstilde dorpjes, waar het lijkt of de tijd heeft stil gestaan. In veel van die dorpjes kom je verschillende huizen tegen die, in de loop der tijd, zijn verlaten en tot bouwvallen zijn geworden. Net als de schuren en andere gebouwen. Ook rijden we door gehuchten, waar weer huizen worden gebouwd en er zo nieuw leven wordt ingeblazen. Grappig is het om te zien dat, met name in Lotharingen, de dorpjes onderling, wedijveren om de mooiste bloemperkjes in het dorp. Prachtig aangelegde borders aan het begin en einde van het dorp, met als topstuk, het perkje op het centrale plein, aan de Grand Rue (hoe klein het gehucht ook is) bij het monument van de laatste oorlogen. En dan de rest van de natuur? Kwamen we de ooievaars in midden Nederland tegen, hier in Frankrijk zien we, naast de massa's kraaien en zwermen zwaluwen elke dag wel een aantal buizerds vliegen. Met hun trage vleugelslag wentelen ze, op de thermiek, steeds hoger, de helder blauwe lucht in. Hun schreeuw, waarmee ze hun territorium afbakenen, is al van verre te horen. Imposant is het om zo'n vogel vlak voor je, uit een bosje te zien wegvliegen of kom je er plots één tegen, dichtbij, op een paaltje in het weiland. Ook zien we af en toe een havik of valk en vooral

aan de kanalen hebben we verschillende ijsvogeltjes gezien. Naast een enkel eekhoorntje zijn we niet veel andere dieren tegen gekomen, buiten de vos om, die plotseling in een bos ons pad kruiste. Lunchen doen we gewoon in het open veld, op een mooi plekje of, als het weer niet mee zit, in het portiek van het plaatselijke Hotel de Ville. Iets heel anders wat we tegenkomen is 'de wet van Murphy' of, vrij vertaald, een situatie waarbij het energetisch is bepaald, dat er verschillende gebeurtenissen op hetzelfde moment en op dezelfde plek plaatsvinden. Twee voorbeelden. (1) Rijdend op een klein weggetje tussen de velden, kilometerslang geen ander verkeer gezien, moet Wim even stoppen om zijn routekaartje te wisselen. Laat nu juist op dat moment, zowel een auto van vóór, als van achter aankomen en net ter hoogte van hem elkaar moeten passeren. De ruimte is er niet op de weg, dus snel fietst in de kant duwen, auto's laten passeren en ..... kilometerslang geen auto meer. (2) Langs de kanalen waar we hebben gefietst wordt er veel gevist. Zo zien we, in de verte voor ons, een man, in een rolstoel zittend, vissen in het kanaal. Naast hem, op het fietspad, staat een auto met iemand daarin, die een gesprek met hem voert. Terwijl wij naderen, maakt de auto voor ons plaats, zodat wij kunnen passeren. Net als wij dat doen, slaat de man (in rolstoel) zijn hengel achterwaarts uit om hem met kracht in het kanaal te werpen ..... Wim ziet het aas en de haak vlak voor zijn neus voorbij schieten, wordt net niet aan de haak geslagen en roept: "Oeps!". De man kijkt verschrikt om en zegt: "Oh, pardon!". En .... voorbij is het moment.
Tijdens onze tocht slapen we afwisselend in een chambre d'hotes, hotelletje of een voormalige abdij. Dat bevalt ons uitstekend en geeft ons ook de nodige ervaringen. Zo slapen we bijvoorbeeld in Rupt-sur-Saone bij een Frans echtpaar in een prachtig, ruim en goed ingericht appartement, terwijl we een dag later slapen in een kamertje waar je je kont niet kunt keren. Beide hebben wel wat, maar als je het ons vraagt ......
Van de grotere plaatsen, waar we doorheen komen, is Nancy echt een plaats om te onthouden. Met zijn rijk versierde binnenstad en Stanislasplein, de moeite waard. Verrassend mooi en goed beloopbaar is ook Beaune. Een middeleeuws stadje, op het kruispunt van de NZ en OW snelwegen, dat vaak voorbij wordt gereden, maar wat echt de moeite van het bezichtigen waard is. Naast de rijke historische bezienswaardigheden, zoals het vroegere 'paleis voor de armen'  is het hier ook puur genieten van de fluweel zachte Bourgondische wijnen. En dat doen we!

donderdag 11 augustus 2011

Op pad! Ons eerste traject tot voorbij Verdun.

Maandagmorgen 1 augustus worden we om acht uur, bij Joop en Emmy, op het terras ontvangen om een kopje koffie te drinken, als start van onze fietstocht. Het zonnetje schijnt vrolijk en de weersvoorspellingen zijn goed. Raoel rijdt tot aan Gemert met ons mee en we hebben er zin in! De koffie staat nog niet eens op tafel of Annelies staat plots bij Raoel. Even overkomen waaien uit Akersloot. Ook Nel en Wim schuiven aan en zo wordt het begin van onze fietstocht een gezellig geheel. Om half negen stappen we op. Hartelijk uitgezwaaid door de anderen. En .... daar gaan we! De reis gaat voorspoedig, al zit de wind wel tegen en raken we het spoor even bijster in Hilversum. Veel opgebroken wegen en wegomleggingen. Toch komen we rond vijf uur, met 93 km op de teller aan in Doorn voor onze eerste overnachting. De volgende dag is een dag van rivieren hoppen. Door de Betuwe en het Land van Maas en Waal. Een prachtig gebied. Rustig babbelend op de fiets, onder een stralend zonnetje, peddelen we de kilometertjes onder ons weg. Om kwart over vier stappen we af in Gemert en worden hartelijk ontvangen door Gwendolien en Marcel, Gido en Wouter. Na een lekkere douche, gaat de BBQ aan en genieten we van een fijne en gezellige maaltijd. Woensdag is het voor Raoel vroeg dag. Hij fietst weer terug in één dag wat we met z'n drieën in twee dagen hebben gedaan. De hele dag houden wij contact met hem en .... krijgen om kwart voor vijf het berichtje dat hij, na precies tien uur en 186 km, staat te genieten van een warme douche. Chappeau!!! en wij halen opgelucht adem! Voor ons is het verder een makkelijk dagje. Wij fietsen van Gemert, met een ommetje, naar Nuenen, waar we met Wilma, Fred en Johan fijn bijpraten en heerlijk eten. Donderdagochtend begint weer het echte werk. Fred rijdt met ons mee tot aan de High Tech Campus bij Eindhoven. Daar werkt hij en zo kan hij ons meteen op het spoor van de officiële fietsroute naar Barcelona zetten. Via Waalre en Valkenswaard rijden we België binnen. Het is even wennen om de kaartjes van de 'Benjaminseroute' te lezen, maar ook dat gaat na verloop van tijd goed. De hele dag mooi weer tot het moment dat we in het mooie plaatsje Diest aankomen. Het hoost!! En we hadden dit stadje nog wel verder willen bekijken. Oké, dan blijven we nog een dag. Diest is namelijk, naast een mooi historisch stadje, ook een Oranje stad. De oudste zoon van Willem van Oranje, Philips Willem, kwam hier tijdens zijn leven veel en is hier, in de St. Sulpitiuskerk, begraven. De moeite waard om de kerk en het museum in de kerk te bezoeken. Daarnaast heeft Diest nog twee dingen die je zeker moet ervaren. Het eerste is een bezoek aan het Begijnhof. Eén van de mooiste, nog bewoonde, Begijnhoven van West Europa. Het tweede is het smakelijke gerstenat, onder de welluidende namen Gildebier en Loterbol, dat in Diest zelf gebrouwen wordt. En lekker !!! Vrijdag 8 augustus om half negen op de fiets via Tienen naar Namen. Het weer is betrokken, maar het blijft nog net droog. Vandaag en morgen rijden we een groot deel over een oude spoorbaan, de IJzerenroute. Gelukkig hebben ze de bielsen en rails weggehaald en er een comfortabel laagje asfalt overheen gelegd. Dat maakt het fietsen wel zo prettig. Wat ook prettig is, is dat het stijgen en dalen nooit boven de twee en een half procent komt. Dat is mooi meegenomen, want het begint hier al aardig te 'heuvelen'. Wat we tenslotte als erg prettig ervaren, dat de Belgische chauffeurs de fietsers heel veel ruimte geven bij het oversteken van wegen. In Namen kunnen we maar net aan een overnachtingsplekje vinden. Door verschillende evenementen is het erg druk in de stad. Na al die moeite vinden we dat we een Tripel Karmeliet wel hebben verdiend. Proost!! Vanuit Namen duiken we, via Dinant, de Ardennen in. Eerst volgen we nog een jaagpad langs de Meuse. Aanvankelijk is dat wel prettig, totdat men het nodig vond om het jaagpad weer in de oorspronkelijke, historische staat te herstellen. Daardoor werd het pad verheven tot Erfgoed, maar meteen onbruikbaar als fietspad. Een deeltje hebben we het nog geprobeerd, maar het ge-hob-bel en ge-bonk over die kinderkopjes, was voor ons, met onze beladen fietsen, niet te doen. We hebben over dat traject dus de gewone weg genomen. Ook is dit de eerste dag, dat er weer echt geklommen moet worden. Van die stevige kuitenbijters, variërend van vier tot tien procent. Als we in de namiddag in Gembes, na 85 km afstappen, voelen onze bovenbenen zwaar en vol aan. Als beloning worden we hartelijk ontvangen door een Vlaams echtpaar in hun hotel-restaurant Stirwin. Geweldig wat een verzorging, goede maaltijd en uitgebreid ontbijt. Spontaan hangen ze een advertentie/flyer van onze fietstocht aan de wand en geven een ruimhartige donatie. Acht en negen augustus worden de dagen van het jasjes wisselen. Als we uit Gembes vertrekken regent het en dat blijft het, met tussenpozen, twee dagen doen. Hoosbui, geel jasje aan. Droog en koud, rood jasje aan. Zonnetje, jasjes uit. Dit ritueel wisselt zich wel tien keer per dag af. Daarnaast blijft het terrein op en af gaan volgens de wet van de Ardennen. We overnachten in Orval, vlak bij de abdij waar ze, ik durf het bijna niet te vermelden, dat heerlijke Orvalbier maken. Ook is Orval een knooppunt van verschillende fietsroutes. Met name komen we hier verschillende fietsers tegen, die naar Santiago de Compostella onderweg zijn. De volgende dag rijden we Frankrijk binnen. Zoals gezegd is het nat en koud en halen en brengen van buien. Koud en verkleumd stappen we in Montmédy een kroegje binnen, waar het lekker warm is en de koffie goed smaakt. Op de markt kopen we wat fruit en gaan, na ongeveer zestig kilometer op zoek naar een slaapplaats. Dat vinden we in Dannevoux, een gehucht iets van de route af. Woensdagochtend 10 augustus is het koud, maar droog. De gele jasjes blijven in de tas. Om half negen stappen we op en rijden door de ochtendnevel het golvende landschap in. Het ruikt heerlijk fris. De geur in de lucht is een mengeling van land, vee en mest en onder de steeds sterker wordende zonnestralen rijzen de nevelflarden langzaam uit de velden omhoog. Heerlijk, inspirerend en krachtgevend!! Vandaag gaanwe rijden tot aan La Renardiëre, vlakbij St. Mihiel. We genietenvan de mooie plaatsjes waar we doorheen rijden. Met hier en daar een kasteeltje of pittoresk dorpsgezicht. In Verdun drinken we op een terrasje koffie, waarna we, over een vlakke weg, richting St. Mihiel rijden. We besluiten bij Dompcevrin door het bos te gaan om een stukje van de weg af te steken. Oeps!! Dat komt ons duur te staan. Terwijl de kaart aangeeft dat er een klimmetje van ongeveer vijf procent in zit, blijken het er in werkelijkheid drie te zijn, waaronder één van tien procent. Moe en nat van het zweet komen we op La Renardiëre aan. Neef Vincent ontvangt ons hartelijk en ook het weerzien met Elcke, Ben en Ingrid geeft weer het gevoel van óntmoeten. Elcke en Vincent bereiden een heerlijke maaltijd, die wij ons, samen met Ben, Ingrid en nog een paar andere gasten, heerlijk laten smaken. Moe en voldaan kruipen we 's avonds ons bed in. We kijken met plezier terug op een geslaagde eerste etappe van onze reis en gaan morgen genieten van een welverdiende rustdag.