Naar inhoud springen

extraneus

Uit WikiWoordenboek
  • ex·tra·ne·us
enkelvoud meervoud
naamwoord extraneus extranei
verkleinwoord - -

de extraneus m

  1. (onderwijs) iemand die aan een universiteit of hogeschool examens kan afleggen maar geen hoorcolleges of practica mag volgen of begeleiding ontvangt
    ▸ Ze had een zoon die zijn eindexamen had gehaald als extraneus in Harnôsand, ze had ongetwijfeld zijn studie gefinancierd met al haar gezwoeg.[4]
  • IPA: /ɛkˈstraː.ne.ʊs/

extraneus

  1. buitenlands
  2. vreemd

extraneus m

  1. buitenlander
  2. vreemdeling, buitenstaander