winterprogramma
Uiterlijk
- Geluid: winterprogramma (hulp, bestand)
- IPA: / ˈwɪntərproˌɣrɑma / (5 lettergrepen)
- win·ter·pro·gram·ma
- samenstelling van winter zn en programma zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | winterprogramma | winterprogramma's |
| verkleinwoord | winterprogrammaatje | winterprogrammaatjes |
het winterprogramma o
- een specifieke reeks activiteiten, trainingen of doelen gericht op zelfverbetering, conditiebehoud of recreatie tijdens de koudere maanden
- Het woord winterprogramma staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.